
Speech voor uitreiking boek ‘’Wee hun die het kwade goed noemen’’
Dames en heren,
Dank u wel voor deze uitnodiging. Ik voel mij vereerd om deze verhalenbundel in ontvangst te nemen. “Wee hun die het kwade goed noemen”.
Vandaag vieren we Bevrijdingsdag. Voordat ik vanmorgen wegging, hing ik de Nederlandse vlag uit. Maar met een zwaar gemoed. Bevrijding. Vrijheid. Hebben we die nog? Dat land waar zo voor gevochten en geleden is, bestaat dat nog? Of worden we langzaamaan wakker en realiseren we dat het idee dat we van dat land hebben, de vrijheid, de grondrechten, de verdraagzaamheid te lang voor lief aangenomen hebben en het de hoogste tijd wordt groot onderhoud te plegen?
Al langer ervaar ik dat het zeer schadelijke groepsdenken, het dwingend opleggen van een bepaald narratief de werkelijkheid is geworden. Als jonge, Volendamse vrouw, kwam ik in 1994 in de gemeenteraad van Waterland (Monnickendam, Broek in Waterland, u kent het). In de Noord-Hollandse politiek en in de Stadsregio Amsterdam merkte ik vaker dat zogenaamd liberale, ruimdenkende grootstedelijke politici eigenlijk neerkeken op mij en mijn dorp. De liberale levenshouding, de acceptatie van andersdenkenden, de eenheid in verscheidenheid bleek in de praktijk dun. Daarbij was ik ook nog lid van het CDA. “Je gelooft toch niet echt in God, hè?” Of “Een jonge vrouw als jij gaat toch niet naar de kerk, wel?” waren de vragen.
In de jaren daarna zag ik dat die houding geen incident was, maar een terugkerend patroon: tolerantie zolang je binnen de ongeschreven norm bleef, maar scepsis of zelfs minachting zodra je daarvan afweek. Het bleef bij woorden, bij schampere opmerkingen en subtiele uitsluiting — vervelend, maar niet meer dan dat. Het gleed van mij af.
In 2020 kwam niet alleen de woke-ideologie overgewaaid uit de Verenigde Staten ook begon de covidcrisis. In maart van dat jaar werd mij duidelijk dat de Nederlandse samenleving onder druk niet in staat was te leven naar de eigen principes. De grondwet en de burgerlijke vrijheden werden met voeten getreden. De meerderheid van de Nederlanders liepen er als makke schapen achteraan of hielden wijselijk hun mond. Sommigen belden de politie als er een feestje bij de buren was.
Toen kwam 7 oktober 2023. Op 7 oktober 2023 overschreed Hamas een morele grens waarvan we dachten dat die na de Tweede Wereldoorlog nooit meer zou worden overschreden: moord op Joden, om het feit dat zij Joden zijn. Kinderen, vrouwen, ouderen. Afgeslacht, verkracht, ontvoerd. De volgende dag begon het tegenovergestelde wat normaal was geweest, namelijk dagenlang stil staan bij de slachtoffers, analyses van het gedachtegoed van Hamas en hun shariawetgeving, veroordelingen van de Verenigde naties, internationale verbondenheid tegen islamistische broederorganisaties. Niets van dat alles. Zelfs de vrouwenafdeling van de VN heeft weken nodig gehad om zich uit te spreken over het seksuele geweld tegen de vrouwen. Ik was ontdaan. Er werd gejuicht. Het barbaarse moorden werd gevierd.
Waar was de beschaving die de elite constant ten toon spreiden gebleven?
De NOS citeerde Hamas. Universiteitsbesturen kwamen met slappe praatjes. Wel ruimte voor pro-palestinagroepjes terwijl Joodse wetenschappers en studenten geweerd worden. Het mag schuren, noemden burgemeesters het.
Ook hier groepsdenken, risicomijdende pruttelpraat. De media, de kunst- en cultuurwereld, universiteiten, links c.q. progressieve politici en bestuurders. Iedereen loopt achter hetzelfde verhaal aan. En dat gebeurt tot op de dag van vandaag. De berichten over de financiering van de protesten door Hamas, de zogenaamde gedode journalisten bleken voor een groot deels terroristen te zijn. Heeft u de opening van het 20-uurjournaal er over gezien? Dagenlang analyses in kranten? Columnisten die over elkaar heen vallen?
Neen. Dat geldt alleen wanneer de gebeurtenissen aansluiten bij het dominante narratief. Wanneer je zonder sociaal risico stelling kunt nemen.
5 mei is de dag waarop we zeggen: dit nooit weer.
Nooit meer wegkijken.
Nooit meer normaliseren.
Nooit meer doen alsof woorden geen betekenis hebben. Mevrouw Zilversmit zei het gisteren treffend hoe het gegaan is in de jaren ’40 van de vorige eeuw: “Niet 1 groot moment, maar een opeenstapeling van kleine stappen. Regeltjes. Formulieren. Mensen die uitvoeren, meebewegen, wegkijken.”
Dit boek draagt bij aan de tegenbeweging. Want woorden hebben betekenis. Pas na drie keer doorvragen wist de minister van onderwijs het over haar lippen te krijgen dat ”Kill all Zionists” waarschijnlijk strafbaar is. Van de rivier tot aan de zee, is geen reclameslogan maar het oproepen tot het wegvagen van een volk. Global Intifada Now betekent een oproep voor een wereldwijde moordpartij op joden. En wel nu.
Deze woorden hebben wat mij betreft zondermeer bijgedragen aan de jodenhaat die over de straten klotst. Dit soort woorden zijn een uiting van moreel verval. Van precies wat de titel van het boek weergeeft: een gevaarlijke omkering van goed en kwaad.
Waarom vertelde ik aan het begin over mijn eigen ervaringen? Omdat ik gezien heb hoe laf de bestuurlijke, politieke, juridische bovenlaag van Nederland eigenlijk is. Het woord tijd dat ze kleur bekennen. Wat betekent het om ruimdenkend, liberaal, progressief te zijn? Te staan voor minderheden. Tegen discriminatie en haat te zijn. Helder zijn over hoe onjuist, diep onbeschaafd, immoreel het is om op te roepen tot het doden van een volk. Je kunt vinden van Netanyahu wat je wil, maar het bestaansrecht van Israël ontkennen, is antisemitisch. En kom bij mij niet aan dat antizionisme iets anders is dan antisemitisme. Dat debat had op academisch niveau 20 jaar geleden misschien gekund. Zeker na 7 oktober niet meer. Het ontkent het recht op zelfbeschikking en zelfbescherming. Het zegt feitelijk dat wat voor alle andere volkeren normaal is, namelijk een eigen staat, voor Joden niet geldt.
Zionisme betekent niets anders dan dat Joden, na eeuwen vervolging, recht hebben op een veilige plek. Op een eigen staat waarin zij niet hoeven te vluchten, te verbergen of zich te verantwoorden voor hun bestaan.
De hele discussie is beschamend. Het verschuift de norm.
Niet met een besluit.
Maar stap voor stap.
Door taal.
Door slogans.
Door het normaal maken van het idee dat de Joodse staat mag verdwijnen. Met allemensen erin. Vergis je niet. In een interruptiedebat met Denk werd namelijk pijnlijk duidelijk dat de sharia onderdeel wordt van die nieuwe gedroomde Palestijnse staat. We weten wat dat betekent.
Ik ben niet Joods. Ik sta in de boeken bij de Rooms-Katholieke Kerk en ik weet zeker dat na de zaterdagmensen de zondagmensen aan de beurt zijn. Wie dat zijn? Sus u zelf niet in slaap: een wereld waarin geen plaats is voor Israël, is uiteindelijk een wereld waarin geen veilige plaats is voor Joden. En daarna zijn de Christenen, de vrije vrouwen en de homo’s aan de beurt.
De relativering van 7 oktober is gevaarlijk. Wie die aanval bagatelliseert, rechtvaardigt of plaatst in een zogenaamd “begrijpelijk” kader, staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Niet uit onwetendheid, maar uit morele blindheid. Uiteraard is elk overleden kind in Gaza een drama. Maar dat is iets anders dan dat je het Israëlische volks afwijst en aan de kant van de Palestijnen gaat staan.
5 mei. Bevrijdingsdag. Wanneer krijgen we weer een 5 mei waar een Jood zijn davidster of keppel kan dragen? Wat stolpersteinen onbeschadigd op straat blijven liggen. Waar een Jood niet elk gesprek eerst het examen “afwijzen van Netanyahu” moet halen.
Vrijheid is geen abstract begrip. Vrijheid betekent dat je zichtbaar mag zijn wie je bent, zonder angst. Vrijheid betekent dat de staat ruimte biedt, maar ook beschermt. En vrijheid betekent dat grenzen worden getrokken, juist wanneer dat ongemakkelijk is.
Terwijl het zo simpel is. Terrorisme is terrosime. Haat is haat. En Jodenhaat blijft Jodenhaat, ook wanneer die zich achter nieuwe woorden verschuilt. Geschiedenis leert ons een ding heel helder: antisemitisme verdwijnt nooit vanzelf. Het groeit wanneer het wordt genegeerd. Het radicaliseert wanneer het wordt vergoelijkt. En het wordt dodelijk wanneer het niet wordt bestreden. Die verantwoordelijkheid mag alleen niet bij de Joden liggen door het Joodse leven meer zichtbaar te maken zoals dat nu heet. De verantwoordelijkheid ligt op dit moment vooral ook bij mensen zoals ik: politici en bestuurders. En bij burgers om stelling te nemen.
Het doet mij goed om hier vandaag te zijn. Ik neem dit eerste exemplaar met plichtsbesef in ontvangst. Vrijheid komt niet als manna uit de hemel vallen. Want vrijheid vraagt onderhoud en rechte ruggen. Mensen die ervoor blijven strijden. Deze bundel waarschuwt. Hoe snel vrijheid wegsijpelt. Tegen het bagatelliseren van geweld. Tegen het vermommen van haat als activisme. Je noemt het kwade niet goed. En de duisternis geen licht. Nooit meer. Maar vooral, vooral neemt dit boek stelling tegen de lafheid van zwijgen wanneer spreken nodig is.
Dank u wel.