
Ongehoord Nederland ligt onder vuur, en terecht. Wie deel uitmaakt van het publieke bestel, moet zich houden aan journalistieke normen, regels en basale eisen van professionaliteit. Daar mag streng op worden toegezien. Dat geldt voor ON, maar dat geldt net zo goed voor iedere andere publieke omroep.
Juist daarom maak ik mij zorgen over de discussie die nu wordt gevoerd. Want steeds vaker lijkt het alsof alle problemen van de publieke omroep kunnen worden opgelost door naar ON te wijzen. Dat is niet zo. De discussie over ON legt namelijk een veel fundamenteler probleem bloot. Het gaat niet alleen over één omroep die zich niet aan de regels houdt. Het gaat over de vraag of de publieke omroep als geheel nog voldoet aan zijn opdracht en of dit nog past bij Nederland anno 2026. De Mediawet verlangt van de publieke omroep dat deze pluriform is en ruimte biedt aan uiteenlopende maatschappelijke en politieke opvattingen. Juist daar wringt het steeds vaker.
Steeds meer Nederlanders hebben het gevoel dat de publieke omroep wel door iedereen wordt betaald, maar niet langer van iedereen is. Zij zien een omroep die vaak uitstekend aanvoelt wat er leeft in bestuurlijk Nederland, maar minder goed begrijpt wat er speelt bij mensen die zich zorgen maken over veiligheid, nationale identiteit en de richting waarin ons land zich ontwikkelt.
Wat daarbij wringt, is dat niet iedereen het idee heeft dat dezelfde maatstaf wordt gehanteerd. Wanneer ON een ernstige fout maakt, volgt onmiddellijk een debat over normen, grenzen en sancties. Terecht. Maar waar blijft diezelfde verontwaardiging wanneer andere omroepen zich bezondigen aan politieke activistische boodschappen, generalisaties over groepen Nederlanders of eenzijdige framing van gevoelige maatschappelijke onderwerpen? Waarom lijkt de norm soms afhankelijk van wie haar overtreedt?
Dat is precies waarom zoveel Nederlanders het vertrouwen verliezen. Niet omdat zij het altijd eens zijn met ON. Sterker nog, velen zijn dat helemaal niet. Maar zij zien wel dat bepaalde opvattingen in Hilversum sneller worden veroordeeld dan andere.
Die vraag wordt nog urgenter wanneer politieke voorkeuren steeds nadrukkelijker doorwerken in het bestel. Dat zagen we bijvoorbeeld in de discussie rond het Songfestival, waar publiek gefinancierde omroepen moeite hadden met het uitvoeren van hun publieke taak vanwege politieke en geopolitieke overwegingen.
Tegelijkertijd wordt kritiek op de publieke omroep opvallend vaak behandeld als een aanval op de persvrijheid. Maar kritiek hoort juist bij publieke verantwoordelijkheid. Wie belastinggeld ontvangt, moet publieke verantwoording afleggen. Dat geldt voor ministers, gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Waarom zou dat niet gelden voor de publieke omroep?
Daar komt nog een ongemakkelijke vraag bij. Hoe groot is de afstand tussen politiek en de publieke omroep eigenlijk nog? Steeds vaker zien Nederlanders oud-politici die een prominente rol krijgen binnen het publieke bestel, terwijl mensen uit het bestel vervolgens weer opduiken in de politiek of het publieke debat als politieke actoren. Dat hoeft op zichzelf niet verkeerd te zijn, maar het roept wel de vraag op hoe onafhankelijk het bestel nog wordt ervaren. Van burgers wordt verwacht dat zij vertrouwen hebben in de politieke neutraliteit van de publieke omroep. Dat vertrouwen komt onder druk te staan wanneer de grenzen tussen politiek, activisme en publieke omroep steeds meer vervagen.
Daarom zou het onverstandig zijn om de kwestie-Ongehoord Nederland af te doen als een probleem van één omroep. Het is een signaal dat er iets diepers aan de hand is. Als ON verdwijnt, kan de conclusie niet zijn dat daarmee alles weer in orde is.
Dan moet ook de publieke omroep zelf op de schop. Minder bestuur, minder bureaucratie en meer focus op de kerntaken: onafhankelijke journalistiek, nieuws, cultuur en informatie. En ja, daar hoort ook een forse bezuiniging bij. Niet omdat een publieke omroep overbodig is, maar omdat een publieke omroep die het vertrouwen van burgers wil behouden, eerst weer moet laten zien voor wie hij bestaat.
Want een publieke omroep die vooral representatief is voor Hilversum, verliest uiteindelijk zijn reden van bestaan.